Reacties

Zijn het 'leerplannen' of 'zienplannen'? (19/11/2012)

In elke workshop die ik geef, krijg ik het wel een keer te horen: de druk van het leerplan. Om de context te schetsen: ik geef workshops over groepswerk en hoe je leerlingen daarmee effectiever tot leren brengt, over taalbeschouwing die vertrekt van taalvaardigheid, over de inductieve aanpak van po?zieonderwijs, over taalontwikkelend lesgeven en de kracht van activerende werkvormen daarin ... En jawel, dat gaat over didactische benadering waarbij het leren op een actieve manier bij de leerlingen wordt gelegd. De deelnemers van de workshops, vooral leraren, ondervinden en ervaren persoonlijk hoe dat werkt. Ze ervaren ook d?t het werkt. En dat het veel boeiender is dan bijvoorbeeld een uur te moeten luisteren naar een lezing.

Maar dan komt het. Niet vaak maar toch: 'Eigenlijk heb ik hier geen tijd voor. Het leerplan, zie je. Ik moet toch mijn leerstof zien.' Nu heb ik als leraar twaalf jaar lang met leerplannen gewerkt. Leerplannen Nederlands, Engels en geschiedenis. Even lang heb ik dat leerplan beschouwd als wat het ook werkelijk is: een leidraad die je al bij al veel ruimte geeft, een kader waarbij een inspecteur het geen drama vindt als je ervan afwijkt, zolang je er maar een goed argument voor hebt. Ik weet dat sommige leerplannen meer 'dichtgetimmerd' zijn dan andere, en daardoor zwaarder dan andere, maar waarom moet dat leerplan steeds weer een argument zijn om activerende werkvormen te beperken of zelfs helemaal links te laten liggen?
En zo kom ik tot de hamvraag: zijn leerplannen zienplannen of is het de bedoeling dat er echt geleerd wordt? Leerstof 'zien' wordt vooral opgevat als ze doceren. (Wat zeg je, onderwijsleergesprek? Nee, die acht vragen per les waarop gemiddeld vijf leerlingen antwoorden, zullen het verschil niet maken). Leerstof 'zien' betekent dan ook vooral dat de leerling ze blijkbaar buiten de les moeten verwerken. Het maakt lessen saai en vooral de kansen om samen te leren gaan verloren. En toch: als je de richtlijnen bij de leerplannen leest, dan gaat het duidelijk om leren, niet om 'zien'. Principes die leerlingen tot reflectie brengen, hun voorkennis activeren, ze zelf systemen laten zoeken en problemen oplossen, theorie en toepassing integreren... het zit er in de meeste leerplannen klaar en duidelijk in. Daar kan het dus niet aan liggen.
Wat is er dan wel aan de hand? Ik vermoed dit: door het leren bij de leerlingen te leggen, wordt het plots moeilijker om het overzicht te bewaren: wat leren mijn leerlingen precies? Hoeveel tijd kost me dat? En krijg ik er al de leerstof wel in, in die 50 minuten? Onzekerheid en controleverlies worden letterlijk stopwoorden. En dat is te begrijpen. En ja, in het begin verlies je wat tijd, want een werkvorm moet je goed kunnen 'managen', inschatten, kiezen. Dat groepswerk weinig lijkt uit te halen, uit de hand loopt of te lang duurt, is meestal een kwestie van minder goede organisatie ?n controle. Maar dat kun je oefenen. Net zoals je inductief lesgeven kunt oefenen. En je kunt misschien ook eens met collega's praten: kunnen we bepaalde werkvormen niet allemaal geven, zodat leerlingen meer kansen hebben om er beter in te worden? De vele positieve reacties die ik de voorbije jaren ontving van wie na de workshops activerende werkvormen probeerde, leren mij op dat vlak dat ze leerlingen echt tot leren brengen. En tot inzicht in leerstof die ze anders niet begrijpen.
Ben ik dan tegen doceren? Nee. Elke leraar met een goed verhaal moet de kans krijgen om te vertellen. Iedereen herinnert zich wel zo'n gepassioneerd verteller voor de klas. Maar iedereen herinnert zich nog meer de ondraaglijke saaiheid van het ongepassioneerd gedoceerde lesuur.
Lesgeven gaat om evenwichtige en effectieve keuzes maken. Het gaat om kiezen voor leren.

Reageer zelf!

Uw reactie (verplicht)


Uw naam (verplicht)


Uw e-mail (verplicht maar zal niet op de website worden getoond)


730 plus 9 = ? (controlecijfer tegen spambots)