Reacties

Schiet niet op de pianist! (28/02/2013)

Voor de eerste (en wat mij betreft laatste) keer is een workshop 'taalbeschouwing vanuit taalvaardigheid' in de war geraakt door de interventie van een leraar die grondige kritiek had op het nieuwe VSKO-leerplan taalbeschouwing voor de tweede en derde graad secundair. Daarin trekt het VSKO resoluut de kaart van de inductieve aanpak en de link met taalvaardigheid. Leraren kunnen er als het ware niet meer omheen.


Ik heb geen probleem met kritiek, zeker niet met kritiek op een leerplan waarmee ikzelf niets te maken heb. Tenzij misschien indirect, want veel van de Neejandertaal-visie staat nu ook in dat leerplan. Dat dit leerplan nogal 'dichtgetimmerd' is, meer dan we van leerplannen Nederlands gewoon zijn, daar kan ik het mee eens zijn. Ik betreur het ook wel. Geen enkele didactische aanpak is immers zaligmakend. Ik vind het niet altijd nodig inductief te werk te gaan, al blijft het de beste en soms zelfs enige manier om alle leerlingen te activeren en om dat te doen waar onderwijs taalbeschouwing over gaat: reflecteren over taalgebruik en daar systematieken in zoeken, om meer inzicht te krijgen in ons taalsysteem. En inzicht is voor mij iets anders dan kennis.

Hoewel ik met een onprettig gevoel op de workshop terugblik (de meeste andere deelnemers zaten niet op zo'n discussie te wachten), wil ik een aantal mogelijke misverstanden over inductief werken uit de weg ruimen. Kort dan.

Misverstand 1: sterke leerlingen hebben niets aan inductief lesgeven
Sterke leerlingen zouden weinig hebben aan de inductieve aanpak, ze vragen om deductief lesgeven ('Vertel gewoon hoe het is'). Hier komt het verhaal van leerstijlen (Kolb, Vermunt) om de hoek kijken: sommige leerlingen leren liever en beter door naar een leraar te luisteren, andere door zelf problemen op te lossen, nog andere vanuit de praktijk enz. Je vindt deze diversiteit in elke klas terug. Als een hele klas vraagt 'Vertel het maar gewoon', dan zijn er m.i. twee mogelijkheden: ofwel hebben ze hoogst toevallig allemaal dezelfde, bij deductief lesgeven aansluitende leerstijl, ofwel zijn ze het actief werken dat bij een inductieve aanpak komt kijken niet gewend en/of willen ze liever met rust worden gelaten. Vanuit de realiteit van de klaspraktijk gok ik op het tweede. Ten slotte dit: welke leraar kan bewijzen wat élke leerling in zijn klas echt geleerd en begrepen heeft, nadat hij een les theorie heeft gegeven? Ik in elk geval niet. Hooguit kun je zeggen dat ze allemaal naar je hebben zitten kijken (de automatische piloot is gewiekst).

Misverstand 2: inductief lesgeven betekent het niveau naar beneden halen
Sluit aan bij het eerste misverstand. Een veel gemaakte fout bij inductief lesgeven is dat de taken (of deeltaken) te eenvoudig zijn of te veel een herhaling van hetzelfde. Dat leidt ertoe dat het tempo daalt en dat leraren de indruk krijgen dat ze de leerstof niet meer af krijgen. Precies omdat je bij inductief lesgeven inzet op activerende werkvormen (vaak in duo's of groepen), kun je het niveau optrekken: maak de taaltaken uitdagend en moeilijk genoeg (Vygotsky: zone van de naaste ontwikkeling), en leg er een opgaande leerlijn in. Stel eisen aan de leerlingen. Helaas bestaat er (nog) niet veel lesmateriaal waarmee leraren dit kunnen waarmaken. Hopelijk kunnen de lessen van Neejandertaal als voorbeeld dienen. 

Misverstand 3: het is inductief of deductief
Fout. Een les kan zowel inductieve als deductieve momenten bevatten. Nogmaals, de idee van inductie is dat leerlingen met authentiek taalgebruik aan de slag gaan, reflecteren, systemen zoeken. Enkel zo kun je ook de koppeling maken met taalvaardigheidstraining. Wat is er tegen om leerlingen tautologieën en pleonasmen te laten zoeken en definiëren via een filmpje van 'Alles kan beter' om bij de nabespreking zelf nog input te geven?

Misverstand 4: het moet van de inspectie
De inspectie gaat na of je een leerplan gebruikt. Mijn ervaring is dat je niet wordt afgeschoten, als je met gefundeerde argumenten kunt verklaren waarom je hier en daar van een leerplan afwijkt. Vraag dat maar aan leraren die bijvoorbeeld een klas vol anderstaligen hebben. Wel geef ik toe dat een meer dichtgetimmerd leerplan zoals dit minder ruimte biedt tot argumentatie. Hopelijk wordt daar bij de eerstvolgende update over nagedacht. De geest van Neejandertaal is er altijd een geweest van exploratie en verwondering. Dat kan enkel als daar genoeg ruimte voor is.

@Bart: het eerder negatieve gevoel dat ik achteraf had, heeft alles te maken met de opzet van de dag: mensen komen om een workshop bij te wonen geen discussie, hoe zinvol ze ook is (de meerderheid zweeg overigens, over hun perceptie kunnen we geen uitspraak doen). Als een en ander was aangekondigd als debat, dan had ik het ook op die manier voorbereid en gestructureerder aangepakt. U hebt duidelijk al een hele weg afgelegd en grondig over de didactiek taalbeschouwing nagedacht, het leerplan geanalyseerd enz. Dat siert u, want het is meer dan veel leraren doen (en ik spreek niet vanuit de hoogte maar vanuit ervaring). Dat ik het gsprek interessant heb genoemd, meen ik ook, maar achteraf kreeg ik dus twijfels over de relevantie voor al wie daar zat. Ik heb dergelijke workshops al genoeg gegeven om te weten dat leraren vooral komen om inspiratie op te doen en met lesmateriaal aan de slag te gaan. Kritische vragen horen daarbij, maar een discussie die het hele opzet op de helling zet niet. Maar goed, de verantwoordelijkheid hiervoor ligt ook mij bij. Ten slotte, wat uw argument betreft over de geringe output van inductief werken: stel eisen, maar het aanbod moeilijk en complex genoeg en focus niet enkel op een 'product' maar ook op het proces (het denk- en zoekwerk van de leerlingen, activiteiten om taalvaardigheid te trainen....) Nogmaals: je kunt niet op een deductieve manier, door theorie te doceren, een reflectieproces stimuleren, leerlingen activeren of taalvaardigheid integreren. De kunst is evenwel het evenwicht te vinden en van inductief naar deductief te evolueren. De geest van het leerplan staat dit m.i. wel toe.

Jan T'Sas (3-/-0/2013)

Ik had - als stoorzender van dienst - toch de indruk dat ik met mijn opmerkingen wel degelijk een gevoelige snaar raakte. Een tweetal deelnemers traden, vanuit hun lespraktijk, de argumenten bij. Wat me daarbij opviel, was dat ze uit verschillende onderwijstypes kwamen : ASO en TSO. Ik had de indruk dat we een constructieve en open discussie voerden die verwoordde wat leeft bij een aanzienlijke groep taalleerkrachten. Omdat u zelf na afloop beweerde dergelijke discussies interessant te vinden, verbaast het me dat u er zo bitter op terugblikt. Maar misschien is het toch ook wel begrijpelijk dat leerkrachten gaan steigeren als ze geconfronteerd worden met dwingende leerplannen zonder goed te weten wie het brein is dat er achter schuilgaat? Dat ik inderdaad de geest meende te ontwaren van de Neejandertaal-visie (die ik overigens waardevol vind), maakte dat ik met mijn bemerkingen bij u terechtkwam. Dat ik daarmee het normale verloop van de bijscholing verstoord heb, spijt me enigszins, maar anderzijds vind ik de gevoerde discussie te fundamenteel om ze uit de weg te gaan. Ik koester voor alle duidelijkheid geen van de hierboven aangevoerde misverstanden. Ook ik probeer, waar mogelijk, inductief te werk te gaan. Alleen is het soms mijn ervaring dat inductief werken betekent dat je een veel te lange aanloop neemt voor een veel te kleine sprong. Het vierde misverstand, ten slotte, is geen misverstand maar harde realiteit. Na drie keer doorgelicht te zijn, is het mijn ervaring dat je als leerkracht voor een stuk overgeleverd bent aan de persoonlijke dada's van de inspectie. Of er al dan niet ruimte is voor argumentatie hangt sterk af van de inspecteur met wie je te maken krijgt. Daarom is het belangrijk dat er ooit een kwaliteitslabel komt voor leerboeken : alleen op die manier weet je waar je als leerkracht aan toe bent en of je erop kan vertrouwen dat de cursus waarmee je werkt voldoet aan alle vereisten. En dat was, als ik het me goed herinner, een verzuchting die we deelden.

Bart Dierickx (2-/-0/2013)

Reageer zelf!

Uw reactie (verplicht)


Uw naam (verplicht)


Uw e-mail (verplicht maar zal niet op de website worden getoond)


730 plus 9 = ? (controlecijfer tegen spambots)