Reacties

Kennisniveau Vlaamse leerlingen daalt? Daar gaan we weer! (30/08/2011)

Het kennisniveau van onze leerlingen gaat er drastisch op achteruit. Dat bloklettert Het Nieuwsblad op basis van een enqu?te bij 5000 leraren. In 2007 raasde dezelfde ongenuanceerde kreet wekenlang door medialand en en passant door heel wat lerarenkamers. En net zoals toen vermoed ik dat het niet lang zal duren voor behoudsgezinde onderwijscriticasters uit hun holen zullen kruipen om de vernieuwingen van de voorbije decennia als Grote Schuldigen met enkele oneliners neer te halen.


Wie geen oneliners zoekt maar duiding en nuance in het debat, nodig ik graag uit de interviews te lezen die ik voor Klasse afnam toen het debat volop woedde (en toen er in Klasse nog ruimte was voor diepgang en nuance, de Man Bijt Hond terreur heeft zelfs dat magazine nu al een jaar lang aangevreten). Je vindt ze op http://www.klasse.be/leraren/blog.php?q=6329-Kennen-leerlingen-minder-dan-vroeger. In Taalschrift liet ik mijn eigen visie op de zaak ook even los (http://taalschrift.org/discussie/001344.html). Voor een goed begrip: de discussie focuste toen nogal sterk op de al of niet scheefgetrokken balans tussen kennis en vaardigheden in de lessen. Sindsdien is er in die balans overigens nog een factor bij gekomen, als hij er al niet altijd geweest is, met name attitude.

Vlak na de publicatie van het kennisalarm in het Nieuwsblad hoorde ik in het VRT-Journaal een reactie uit een school. Letterlijk herinner ik het me niet meer, maar er werd gepleit voor meer kennisonderwijs en minder nadruk op vaardigheden en attitude. Een vreemde paradox, vind ik. Is attitude dan niet het sleutelwoord als het om willen leren en kennen gaat? Maar goed, eerst dit: nee, de leerlingen van vandaag kennen hoegenaamd niet minder dan vroeger. Ze kennen wel ?ndere dingen dan de leerlingen van vorige generatie(s). Met de e-stroom van informatie, de sociale netwerken en de ruime beschikbaarheid van bronnen hebben leerlingen waarschijnlijk zelfs nog nooit zoveel gekend als vandaag. Deze belangrijke nuance ontbreekt compleet in een statement als 'het kennisniveau van leerlingen daalt'. Allicht bedoelt men eigenlijk schoolse kennis en meer bepaald zelfs het soort schoolse kennis dat maatschappelijk het snelst zichtbaar en het eenvoudigst meetbaar is: de Nederlandse spelling, de vervoeging van Franse werkwoorden, de regel van drie.

In die zin verraadt zich een probleem dat veel complexer en genuanceerder is dan een enqu?tecijfer kan duidelijk maken. Als voorbeeld neem ik de kennis van de Nederlandse spelling. Uit het onderzoek Jeugd & Taal van de Nederlandse Taalunie, in 2009, blijkt duidelijk dat jongeren vandaag functioneler kijken naar taalgebruik dan vroeger (idem volgens mij waar wat leren in de bredere zin betreft). Ze beseffen dat ze hun taal moeten verzorgen in bepaalde situaties en doen daar ook hun best voor. In andere situaties doen ze dat niet, omdat het volgens hen helemaal niet hoeft, dus ook niet als ze chatten, sms'en of berichten plaatsen op Facebook. Maar zo duidelijk zijn die situaties voor hen niet afgelijnd. Het onderwijs is dat functionele denken bovendien onvoldoende gevolgd om hen dat duidelijk te maken. Het houdt soms nog heel stevig vast aan een impliciet dogmatische visie op taalgebruik, die zijn toppunt bereikte in het ABN-denken van de jaren 70: je hoort je taal te verzorgen en op school leer je hoe dat moet. Het zou me een boek kosten om dit argument volledig uit te diepen, maar als jongeren momenteel iets niet of onvoldoende kennen, dan is het precies in welke situaties zij hun taalregister moeten aanpassen en hoe dat register er dan moet uitzien. Enkel als voor hen duidelijk is wat ze wanneer moeten kennen, zullen ze voldoende gemotiveerd kunnen worden om daar moeite voor te doen. Leren is in die zin nog meer dan vroeger een attitudekwestie en (dus) nog veel meer dan vroeger een motivatiekwestie. Meer kennis dan vaardigheden en attitudes? Nee, laat vooral de aandacht voor attitudes niet vallen, maar koppel die aan motivatie.

Motivatie is voor mij al jarenlang h?t codewoord in onderwijs aan kinderen en jongeren. Het was ook de leidraad toen we met een enthousiast team de lessen van Neejandertaal maakten.  Motivatie speelt in mijn ogen het sterkst bij onderwijs aan jongeren. Als vooral leraren van het secundair onderwijs volgens de Nieuwsblad-enqu?te aan de klaagmuur staan, dan is dat geen toeval. Om allerlei redenen zijn pubers nu eenmaal het moeilijkst te motiveren om te leren. De puber van vandaag leeft in een samenleving die individuele vrijheid tot een god heeft verheven. Bovendien leeft hij in een marktgerichte context die een sterke nadruk legt op het functionele van kennis. Ten slotte loopt de puber van vandaag tegen dingen aan waarvan we de impact nog onvoldoende kennen: anders ge?volueerde gezinssituaties, een versnipperde moraal, hechtingsproblemen, existenti?le twijfels... Daar mag je als school, als leraar niet tegenin gaan door aan onderwijsdogma's vast te houden en leerlingen daarop te beoordelen ('Ze kennen niks meer'). Je moet er integendeel mee werken. Ik bedoel w?rken, niet het hoofd buigen. En vooral: je kunt er niet van uitgaan dat leerlingen vanuit een vermeende leer-ethos kritiekloos zullen leren wat ze wordt voorgekauwd. Wel mag je er nog altijd van uitgaan dat ze graag en intens zullen leren wat ze zinvol vinden. Motiveren is in die zin meer dan ooit een kunst geworden en wat mij betreft kan een gepassioneerd en professioneel sterk leraar in de slipstream daarvan nog veel meer overbrengen dan wat leerlingen nuttig vinden. Maar precies dat laatste is allicht nog een fundamenteler debat: wat moet een mens die na de komst van internet is geboren eigenlijk kennen, kunnen en voelen?


Reageer zelf!

Uw reactie (verplicht)


Uw naam (verplicht)


Uw e-mail (verplicht maar zal niet op de website worden getoond)


730 plus 9 = ? (controlecijfer tegen spambots)